Home > Nieuws

4 op een rij ...

06.06.2017

Gisteren kregen we een jonge kerkuil binnen. Hiermee komt onze teller van uilensoorten op 4 te staan. We stellen dit pluizige kwartet dan ook graag aan u voor ...

We beginnen links met de grootste van de hoop, de oehoe. Het is onze grootste inheemse uilensoort waarvan de vrouwtjes tot 70cm groot kunnen worden met een spanwijdte van wel 1,80 m. Van nature broedt deze vogel op steile kliffen, in oude steengroeves bijvoorbeeld, of bossen met stevige naaldbomen. Dit kuiken kwam bij ons binnen vanuit Nederlands-Limburg en is momenteel in behandeling voor een pootwonde.

 

Het kuiken met de felgele ogen is een steenuil. Het is onze op een na kleinste uilensoort (de kleinste is de zeldzame dwerguil). Steenuilen zijn typische soorten die graag broeden in een kleinschalige landbouwlandschap. In en rond de vele haag- en houtkanten en graslanden vindt hij zijn prooien en gebruikt graag oude knotwilgen of fruitbomen als nestplaats. Dit kuiken is sinds 27 mei bij ons en komt al mooi in zijn volwassen verenkleed.

 

De 3de in de rij is de kerkuil die gisteren vanuit Dilsen-Stokkem is binnengekomen. Dit is een jong exemplaar van maar een paar weken oud, die waarschijnlijk te vroeg het nest verlaten heeft. De kerkuil is een soort die vooral voorkomt in en rond oude gebouwen zoals schuren, ruïnes ... en niet alleen kerken zoals zijn naam doet vermoeden. In de middeleeuwen was het zien van een kerkuil in de nacht een voorbode voor de dood: door zijn witte verenkleed en hoge roep leek hij op een spook.

 

Als afsluiter hebben we een bosuil. Dit kuiken is deel van een nest van 3 en is al enkele weken hier in het Natuurhulpcentrum. Bosuilen zijn echte nachtactieve vogels die vanaf de avondschemering zich laten horen vanuit bossen. Als een van de eerste vogelsoorten van het jaar maken ze vanaf februari hun nest in oude boomholtes.

Deel op Facebook