Vleermuizen

Dwergvleermuizen zjin vaak in de buurt van huizen te vinden

 

Ondanks hun naam hebben vleermuizen niets met muizen gemeen. Muizen zijn immers knaagdieren terwijl vleermuizen in de zoogdierklasse onder een aparte orde voorkomen. Simpel gezegd zijn vleermuizen de zwaluwen van de nacht.

 

Net als de meeste andere zoogdieren brengen vleermuizen hun jongen levend ter wereld. Een vleermuisvrouwtje kan slechts één (of uitzonderlijk twee) jongen per jaar krijgen. Bij alle soorten worden de jongen in juni of juli geboren. Enkele maanden voordien zoeken de vrouwtjes reeds een geschikte plaats om hun jongen te baren. Dergelijke plaatsen moeten warm, droog, rustig en bij voorkeur donker zijn. Zolders, spouwmuren, holle bomen, rolluikkasten en holten achter houtwerk of vensterluiken zijn dan ook bijzonder in trek. Het aantal dieren in zo'n kraamkolonie kan variëren van enkele tot meer dan honderd individuen.

Van de 18 in ons land voorkomende soorten zijn er slechts drie die we met zekere regelmaat in huizen kunnen vinden. De Dwergvleermuis neemt daarvan 99 % voor haar rekening. De meeste mensen verwachten van zo'n kolonie vleermuizen in een woning problemen: binnenbrengen van nestmateriaal, knagen aan houten balken en isolatie, overbrengen van ziekten, reukhinder als gevolg van uitwerpselen, enz. Te vaak denkt men ook aan een massale vermeerdering van het aantal dieren, wat natuurlijk onterecht is. Vermits vleermuizen slechts één keer per jaar één jong krijgen, kan van een plaag immers nooit sprake zijn.

Vleermuizen die gebruik maken van een spouwmuur, zolder of rolluikkast nemen bovendien genoegen met de bestaande ruimte en veranderen daar dus niets aan. Zij maken ook geen nest en verzamelen dus geen nestmateriaal. Aangezien het insecteneters zijn, knagen ze niet aan de isolatie of balken en maken bijgevolg ook geen rotzooi.

 

Vleermuizen verspreiden in principe geen geur, tenzij uitzonderlijk wanneer een grote kolonie té dicht bij de bewoonde vertrekken huist. Uiteindelijk handelen de meeste klachten over uitwerpselen. Die kunnen vooral teruggevonden worden op de grond onder de in- en uitvliegopening. Ze bestaan enkel uit fragmenten van onverteerbare dekschilden en poten van insecten. Hierdoor kunnen vleermuisuitwerpselen makkelijk onderscheiden worden van muizenest; een vleermuizenkeutel verbrokkelt bij het platdrukken, terwijl die van een muis gewoon platgedrukt wordt. Bovendien is vleermuizenmest voor je tuin nog beter dan champignonmest.

 

En als we tenslotte nog vertellen dat vleermuizen nooit aanvallen en zeker niet in je haren vliegen, hopen we dat ze samen met u in hetzelfde huis mogen blijven wonen.