Home > Wilde dieren > Jonge dieren

Jonge dieren

Probeer nooit zelf jonge dieren groot te brengen. Meestal draait dit uit op een grote teleurstelling voor U en eindigt het met de dood van het dier.

Jonge dieren lijken vaak hulpeloos of verlaten. De ouders zijn echter meestal in de buurt. Dikwijls begaan mensen de fout te snel te concluderen dat een dier hun hulp nodig heeft. Geef jonge dieren echter de kans te leren lopen of vliegen.

Mocht er toch nog enige twijfel bestaan, geven wij graag enkele tips wanneer jonge dieren echt uw hulp nodig hebben.

Algemeen

Deze jonge sperwer krijgt kleine stukjes muis.Over welke jonge dieren het ook gaat, er geldt steeds één gouden regel: probeer ze nooit zelf groot te brengen! Dit draait meestal op een grote teleurstelling uit, zowel voor het dier als voor u. Geen enkel wild dier overleeft immers op koemelk. Die is enkel geschikt voor kalveren. Wij dienen de binnengekomen jonge diertjes speciaal samengestelde melk toe, welke verschilt van soort tot soort. Van levensbelang voor jonge dieren is dat ze samen kunnen opgroeien met soortgenoten. Groeit een jong dier alleen op, dan gaat het mensen als soortgenoten erkennen, en wordt het erg moeilijk om hem terug in het wild vrij te laten. In het Natuurhulpcentrum kunnen jonge dieren samen opgroeien, zien ze elkaar als soortgenoten en hebben ze na hun vrijlating een veel grotere overlevingskans.

 

Wanneer hebben jonge dieren uw hulp nodig?

 

1. Vogels

Deze jonge pimpelmezen worden eerst in onze couveuses gevoederd en mogen later zelf voedsel leren zoeken in onze grotere buitenkooien. Wanneer je een jonge vogel 'hulpeloos' aantreft in het bos of in je tuin, betekent dit nog niet altijd dat hij ook werkelijk zo hulpeloos is. Zo vliegen de jongen van broedvogels in open nesten (merels, lijsters, turkse tortels, houtduiven, ...) meestal te vroeg uit. Zij leren stapsgewijs vliegen, van tak tot tak. De ouders zijn dan echter altijd in de buurt en best laat je het jong dan met rust. Indien het jong zich echter in een benarde situatie bevindt (op straat bijv.) of nog te jong is om voor zijn eigen veiligheid en voedselvoorziening in te staan (verenkleed onvolledig, geen staart, nog in donskleed, ...), zoek dan naar het nest en plaats het jonge diertje er terug in. De ouders zullen het niet uitstoten zoals dat bij zoogdieren het geval is.

Wanneer moet je een jonge vogel nu bij ons binnenbrengen?

  • Als het jong gekwetst is 
  • Als het helemaal doorweekt is 
  • Als het nest zodanig stuk is dat het niet meer gerecupereerd kan worden
  • Als je vermoedt dat beide ouders verongelukt zijn of het jong al enkele dagen geen eten meer heeft gehad

2. Eekhoorns

Bij hevige storm of bij het omhakken van bomen gebeurt het wel eens dat een nest jonge eekhoorns beschadigd of vernield wordt. Wanneer je zo'n nest op de grond aantreft, breng je dat best zo snel mogelijk bij ons binnen. Het nestmateriaal hoef je niet mee te nemen, als je er maar voor zorgt dat de diertjes warm gehouden worden (vb in een handdoek). Geef jonge eekhoorns vooral geen melk, probeer ze nooit zelf te voeden! Ook zieke of verzwakt exemplaren dienen bij ons binnengebracht te worden.

3. Wilde konijnen en hazen

Een nest wilde konijntjes kun je vinden omdat het nogal eens door honden wordt uitgegraven. Als de diertjes niet groter zijn dan een volwassen vuist, breng je ze best bij ons binnen. Belangrijk is dat je ze warm houdt (vb in een handdoek) en vooral niet voedert, zeker geen melk geven. In tegenstelling tot konijnen worden hazen al met vacht en open ogen geboren op een akker. Vind je dus tijdens een wandeling op een akker een jong haasje, dan laat je dit best met rust. Jonge hazen worden slechts 1 à 2 maal gevoederd door de moeder, en buiten deze voederbeurten blijft de moederhaas uit de buurt van de jongen. Dit zou namelijk op een open veld roofdieren aantrekken.

4. Reeën

Jonge reeën krijgen maar enkele keren per dag melk van hun moeder. De rest van de dag ligt het jong helemaal alleen.Bij jonge reeën is voorzichtigheid geboden. Als je tijdens het wandelen een jong ree in het gras ziet liggen, is er meestal niets aan de hand. Net zoals bij jonge haasjes worden jonge reeën maar enkele keren per dag gevoederd door de moeder, en blijft het moederree buiten de voederbeurten uit de buurt van haar jong. Te lang bij het jong blijven zou namelijk roofdieren kunnen aantrekken. Blijf dus zeker van het jong af, want eens je het jonge ree hebt aangeraakt, zal het verstoten worden door zijn moeder en uiteindelijk een wrede hongerdood sterven. Enkel als een ree gewond is (bijv. aangereden) of zich in een levensgevaarlijke situatie bevindt (bijv. in het kanaal gesukkeld), neem je best zo snel mogelijk contact met ons op. Probeer zelf nooit voor doktertje te spelen en hou altijd afstand van een gewond ree. Vermijd ook lawaai en licht. Reeën zijn zeer stressgevoelig en kunnen sterven van schrik. Ook als je een jong ree schreeuwend ziet rondlopen is er iets aan de hand. Het heeft dan honger en roept zijn moeder die dan mogelijk is aangereden of om de één of andere reden is verdwenen. Probeer het zelf niet te vangen maar neem onmiddellijk contact met ons op.

5. Egels

Wanneer het nest verstoord wordt (bij het opruimen van een schuur bijv.) breng je dat best bij ons binnen. Ook wanneer je een egel vindt die nog geen vuist groot is, moet je deze binnenbrengen. Hier geldt ook weer: warm houden en geen melk geven! Zieke jonge egels (bijv. egels die waggelen) worden ook best zo snel mogelijk binnengebracht.

6. Vossen

Jong vosjeRaak nooit een vos uit het bos zomaar aan! Vossen kunnen immers besmet zijn met de vossenlintworm welke ook besmettelijk is voor de mens. Indien je toch in aanraking bent gekomen met een vos, was dan zo snel mogelijk je handen en kleren. Jonge vossen komen normaal gezien niet uit hun hol. Als je toch een ziek of gewond exemplaar tegenkomt, neem dan zo snel mogelijk contact met ons op. Denk eraan dat een vos een zeer schuw dier is en makkelijk kan bijten, blijf dus zelf uit de buurt!

7. Steenmarters en bunzings

Als je op jouw zolder een hoop lawaai en geschreeuw hoort, dan kan je er zeker van zijn dat je een nest steenmarters te gast hebt. In zo'n geval neemt u best contact met ons op. Ook hier weer: de diertjes warm houden en zeker geen melk geven.